Overzicht van de verdeeleconomie

par  H.-P. WEIDEMA, M.-L. DUBOIN
Mise en ligne : 8 november 2006

 Belangrijke technische vorderingen...

Het aantal werkuren, per jaar, van een arbeider is gedaald van 5000 in 1850, tot ca. 1600 nu. In weerwil van de bevolkingsaanwas ging deze werkurenvermindering gepaard aan een enorme productietoename die zich op wereldniveau en per capita met de factor 2,5 vermenigvuldigd heeft, tussen de jaren 1960 en 1990. Alleen in Frankrijk al, is het totaal aantal werkuren, per jaar, afgenomen van 40 miljard in 1973, tot 35 miljard in 1990, terwijl het BNP is toegenomen met 1350 miljard francs (ca. 205 miljard €) in tien jaar. Een gemiddelde toename van 30 € per persoon en per maand!

De mensheid staat niet zozeer voor een crisis, alswel voor een ingrijpende verandering, die dieper gaat en zich sneller voltrekt dan alle die zij tot nu toe gekend heeft, zoals die van de Steentijd b.v. De producttechnische vooruitgang heeft gemaakt dat krachtige, geautomatiseerde en door infomatica bestuurde machines hem voortaan alle routinewerkzaamheden uit handen nemen. Zij vervangen niet alleen zijn spieren en handvaardigheden, maar ook z’n geheugen, bepaalde zintuigsfuncties, en zelfs de logische funties van het brein. Dit is het resultaat van generaties lang streven naar verbetering van productiemethoden, en de gevolgen zijn onafwendbaar.

Maar de grondslagen waar het huidige economische systeem op is gebaseerd, zetten de vooruitgang op kennisgebied om in rampzalige sociale en ecologische resultaten:

 ...veranderd in sociale ramp

1• Indertijd, toen de klassike economen het huidige bestel formuleerden, waren de productiemethoden niet in staat herhaalde ernstige hongersnoden te voorkomen. Productieverhoging, teneinde schaarste te voorkomen, was dus hun enig doel.

De 358 rijkste mensen op aarde bezitten evenveel als de 2,3 miljard armsten.

- Maar in de XXI° eeuw is er geen enkele reden dat 850 miljoen mensen honger lijden, terwijl we nog nooit zoveel potentieël voor productie van basismiddelen tot onze beschikking hadden. Geen reden ook dat landbouwgronden worden verwaarloosd, omdat productie en handel van verdovende middelen en wapens meer oplevert, geen reden ook dat een paar honderd van onze medemensen fortuinen uitgeeft aan buitennissige luxeartikelen terwijl bijna twee miljard anderen in volstrekte armoede leeft en niet eens over schoon water beschikt.

=> Nu de productieproblemen zijn opgelost, moeten we ons over de verdeling van de geproduceerde goederen buigen..

2• Voor het overgrote deel van de mensheid, komt het zich verschaffen van de elementaire bestaansmiddelen neer op het zichzelf verhuren op de arbeidsmarkt.

De grote pharmaceutische bedrijven besteden meer geld aan reclame dan aan onderzoek.

- Maar waar geperfectionneerde machines produceren zonder menselijke tussenkomst, waar "afgeroomde" werknemers hun brood niet meer kunnen "verdienen", terwijl bedrijven wegens klantengebrek op zoek naar nieuwe "afzetmarkten" gaan, wordt het hele economische bestel uit de baan geleid. Het gaat dan niet meer om het verschaffen van essentieële consumptiegoederen, maar om productie omwille van de productie: hoe en waar dan ook, zolang het product de koopkrachtige maar kan verleiden. Telefonische- en andere reclamebedrijven hebben dan wel mensen nodig, maar het gaat dan om geforceerde verkoop ten koste van kritisch koopgedrag van de potentiële kopers. Sommige regeringen proberen aan deze "economische crisis" paal en perk te stellen dmv. herverdeling, zonder echter iedereen tevreden te stellen: belastingbetalers voelen zich benadeeld door hun onevenredige bijdrage en de begunstigden voelen zich vernederd en verliezen iedere hoop.

Bijgevolg, in deze steeds rijkere wereld, waar de technische vooruitgang geen sociale vooruitgang gebracht heeft, gedijen misdaad, geweld en opstanden.

=> Iedereen heeft het economisch recht op middelen voor levensonderhoud, terwijl het zijn plicht is, bij te dragen tot de economische welvaart.

3• Krediet vormt de keus van morgen, waarmee nu geïnvesteerd kan worden in productiemiddelen van de toekomst.

- Maar de staten hebben het recht tot uitgifte van giraal geld, in de vorm van leningen, overgelaten aan banken en andere privé-instellingen. Dit betreft zo’n 85% van alle geld in omloop. Hun inleg kunnen ze aldus bijna vertienvoudigen en zo hebben ze het recht geld uit te lenen dat niet bestaat...!

"In feite komt de huidige schepping van geld ex nihilo, door het bankwezen, neer op valsemunterspraktijken"

Maurice Allais, Nobelprijs economie 1988

Buiten het feit dat het bankwezen van dit voorrecht gebruikmaakt via renteheffing, speelt ze ook een beslissende economische rol: zij zijn het immers die de te ontwikkelen bedrijven kiezen. De economie richt zich dan op één doel, geld verdienen, zodanig dat groei een verplichting wordt om de rente en de aflossing te kunnen betalen. De ontwikkeling van een staat wordt dus bepaald door de winsten van grote internationale investeerders, ten koste van de bevolkingen. Financiële speculatie brengt meer op dan productie.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit leidt tot verwaarlozing van iedere andere overweging, en zo betreurenswaardige ramptoestanden in de hand werkt, ten opzichte van de Mensenrechten alswel zijn leefmilieu. Het heeft weinig zin deze wantoestanden één voor één aan te klagen, of er remedies tegen te willen vinden: zolang we ze niet bij de wortels aanpakken, zullen de problemen zich blijven herhalen.

=> De geldschepping, ipv. enig doel ter verrijking van de rijksten te zijn, moet weer het voorrecht worden van de politiek, zodat er weer op democratische wijze over de economie beslist wordt. Het zal dan mogelijk zijn naar behoefte te investeren, ook in niet-rentabele projecten, en zodoende rekening te houden met bepaalde vereisten zoals de besparing van grondstoffen. De kultuur, de kunsten en andere niet op winstbejag rustende of niet direct winstgevende ondernemingen, bv. onderzoek, kunnen dan ook worden gestimuleerd.

 - Wat betekent verdeeleconomie ?

Hier zijn we verplicht de grondslagen van het economisch bestel, dat tot op heden onze sociale betrekkingen beheerst, te herzien. En dat valt niet mee! Ten eerste omdat we het op kundige wijze wijdverspreide geloof moeten overwinnen, dat het kapitalisme, als universeel stelsel, geen alternatief kent en het uitvloeisel is van economische wetmatigheden, net zo eeuwig als de natuur zelf. Ten tweede omdat de economie en de financiën het "jachtgebied" zou zijn van wetenschappen, die veel te ingewikkeld zijn om door gewone mensen begrepen en veranderd te kunnen worden.

Om deze zaak beter en sneller ter discussie te stellen, hebben wij, onder de naam verdeeleconomie, een voorstel voor een distributief stelsel (verdeling naar behoefte), terwijl wij het postulaat, waar het huidige systeem op gebaseerd is, willen weerleggen. Dit postulaat stelt dat ieders eigenbelang op natuurlijke wijze, als bij toverslag, ten goede komt van de gemeenschap. Ipv. de onzichtbare hand, gebaseerd op een onjuist postulaat, zouden wij liever willen stellen dat wij allen mede-erfgenamen zijn van een erfgoed dat we moeten verbeteren en zo intact mogelijk aan de volgende generaties moeten doorgeven, na er op eerlijke wijze de vruchten van geplukt te hebben.

Daarom moet iedereen in staat zijn zijn beroepsactiviteit te kiezen en zijn belangen te verdedigen in een debat waar alle meningen tot hun recht moeten kunnen komen. Hoe doen we dat?

Allereerst door de erkentenis van het economisch recht dat aan iedere burger zijn levenslang aandeel aan het gemeenschapsgoed toekent, belichaamd door voldoende inkomsten voor een fatsoenlijk leven. En tegelijkertijd, zijn verplichting, naar vermogen, tot deelname aan de maatschappij waartoe hij behoort. Hij moet dus een gedeelte van zijn tijd aan voor anderen nuttige bezigheden besteden en het moet mogelijk zijn deze te kiezen naar zijn eigen wensen, mogelijkheden en de behoeften van de maatschappij.

Noodzakelijke aanpassingen:

1 het inkomstenbestel

Ieders persoonlijke rekening wordt regelmatig bijgeschreven met een bestendig sociaal inkomen, zonder enige aftrek van belasting of heffing. De hoogte van dit basis-inkomen is voor iedereen van dezelfde leeftijd gelijk, maar een eventuele, persoonlijke toeslag is mogelijk in het kader van een "burgercontract".

2 het geldwezen

Het verdeelde geld is slechts symbool van de koopkracht, en wordt waardeloos na besteding. De geldmassa vormt een stroom die tot evenwicht dient voor de waarde van de te verkopen goederen. Haar enige functie is de eerlijke verdeling van de productie, terwijl zij een ieder vrijlaat in de keuze van z’n aankopen. De betaling van een goed of een dienst is aanleiding tot het debiteren van de rekening van de koper, voor de verkoper is het slechts een gegeven dat hem in staat stelt z’n voorraad, waarvoor hij verantwoordelijk is, op peil te houden.

3 het arbeidsproces

De voor de productie benodigde arbeid, evenals iedere maatschappelijke activiteit, komt in het kader van de zgn. burgercontracten, waarin de deelname en de beloning van iedere meerderjarige aan het maatschappelijke leven worden vastgelegd.

De deelname van de burger, zoals omschreven in zijn burgercontract, moet een zo gevarieerd mogelijk scala aan mogelijkheden bieden:

 - en het burgercontract ?

Dit contract wordt op eigen initiatief aangegaan en is vatbaar voor verlenging of herziening. Het biedt een ieder de mogelijkheid afwisselend, of gelijktijdig, bezig te zijn met activiteiten zoals scholing, productie, bedrijfsvoering, politieke beslissingen, enz. Ook is het mogelijk sabbatsjaren op te nemen voor eigen activiteiten: reizen, herscholing en andere. Met zijn voorstellen van bijdragen aan het maatschappelijk leven, bepaalt de burger tegelijk de investeringen die hij nodig heeft en beraamt de eventuele verhogingen van zijn beloning die hij rechtvaardigen moet.

De burgercontracten (akkoord, verlenging, herzienig) zijn onderwerp van debat in Raden van Bestuur waar de gebruikers minstens net zo goed vertegenwoordigd zijn als de diverse specialisten (bv. van het betreffende beroep, van gezondheid, van bedrijfsvoering, van milieuzaken...). Zodoende kunnen alle aspecten en consequenties van een contract in overweging genomen worden.

Deze Raden van Bestuur zijn tegelijkertijd zetel van de economische politiek én van de hieraan verbonden geldschepping. Zij zien erop toe dat alle voorgelegde voorstellen of contracten ruim van te voren gepubliceerd worden en stellen subsidies ter beschikking van het publiek voor hun voorbereiding, aanbieding en promotie. Zonder al te veel in detail te treden, willen we duidelijkheidshalve vaststellen, ook al spreekt dat vanzelf, dat voor de meeste mensen in actieve dienst, hun burgercontract simpelweg de uiting zal zijn van de wens naar continuïteit, of verbetering. Natuurlijk kunnen deze contracten ook groepsgewijs aangeboden worden door mensen die gezamelijk een onderneming willen beginnen.

 - economie en democratie...

Deze democratische wijze van economische planning stelt ons in staat vèr vooruit te zien, hetgeen nu niet bepaald het geval is!

Publiek debat en besluitvorming aangaande burgercontracten maken het ons mogelijk over te gaan tot:

• beraming van de productie-omvang, naar gelang de behoeften [*], benodigde middelen (beschikbaar of nog te plannen), stroom van in- en uitvoer.

• planificatie van de overeenkomstige taken, rekening houdend met: de meest adequate en aktuele productiemethoden, de verplichtingen (milieutechnisch bv.), het te voeren onderzoek. (Deze planificatie zou, wanneer nodig, de minimale duur van de burgerdienst kunnen bepalen);

• beraming van de benodigde kosten en investeringenvoor de productie en de openbare diensten, evenals de verkoopprijs van de aangeboden goederen.

 ... Een veelbelovend vooruitzicht

Waar het totaal te verdelen inkomen aan de gehele bevolking een stroom is, in evenwicht met de beschikbare productie.

De politieke vertegenwoordiging moet de verhouding tussen het algemene- en het specifieke burgerinkomen vaststellen, teneinde bepaalde gevaarlijke en/of lastige werkzaamheden te compenseren, evenals om vernieuwend onderzoek te stimuleren.

Zo’n omslag bewerken we niet ineens, als door een wonder. Wij streven naar een maatschappij waar plaats is voor hoop en toekomstmogelijkheden door te tonen dat zij mogelijk is op middellange termijn, waar ieder mens zich bewust wordt van zijn rol, en zin kan geven aan z’n bestaan.

Met dit perspectief voor ogen lijkt het ons nuttig iedere passende hervorming die ons wordt voorgelegd, te overwegen en eventueel te ondersteunen, als een mogelijke stap naar verandering, en iedere vertragende actie te bestrijden.


[*De verkoop is immers niet meer afhankelijk van de winst en staat ook niet meer onder druk van de reclame. Dit stelt de kleinhandel in staat de behoeften te schatten naar de manier waarop de inkomsten worden besteed.


Navigation

Articles de la rubrique